Terug naar het overzicht
cover
Gershwin, George Gershwin in Hollywood
€ 22,99 Bestellen
Toevoegen aan winkelmandje Bestellen

Gershwin, George

Gershwin in Hollywood

0825646493739

Componist Gershwin, George
Titel Gershwin in Hollywood
Artiest The John Wilson Orchestra
Dirigent Wilson, John
Artikel nr. 0825646493739
EAN Code 0825646493739
Aantal CD's 1
Label PLG UK Classics
Releasedatum 2016-05-06
# Titel & Artiest Tijd
1 Rhapsody in Blue (arr. von Ray Heindorf) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 010:41
2 Treat me rough (arr. von Sy Oliver & Axel Stordahl) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 004:58
3 But not for me (arr. von Conrad Salinger) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 003:28
4 Slap that bass (arr. von Joihnny Green) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 003:05
5 They can't take that away from me (arr. von Conrad Salinger) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 004:43
6 Strike up the band (arr. von Leo Arnaud und Conrad Salinger) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 004:10
7 Funny face (arr. von Conrad Salinger) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 003:36
8 How long has this been going on (arr. von Conrad Salinger) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 005:39
9 Let's kiss and make up (arr. von Alexander Courage & Lloyd "Skip" Martin) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 004:40
10 Aren't you kind of glad we did? (arr. von Herbert Spencer) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 003:54
11 Oh lady, be good! (arr. von Jerry Gray) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 003:35
12 The man I love (arr. von Ray Heindorf) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 003:10
13 'S wonderful (arr. von Conrad Salinger & Johnny Green) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 003:01
14 For you, for me, for evermore (arr. von Herbert Spencer) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 004:16
15 Shall we dance? (arr. von Herbert Spencer, Fud Livingston und Robert Russell Bennett) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 004:09
16 Someone to watch over me (arr. von Lennie Hayton) — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 003:44
17 Clap yo' hands — THE JOHN WILSON ORCHESTRA 004:14

Hoe klonk het werk van grootheden als Cole Porter, Rogers & Hammerstein en natuurlijk George Gershwin in de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw? The John Wilson Orchestra heeft het antwoord en brengt u terug naar de tijd dat de fi lm nog zwart-wit en de musical vooral Amerikaans was. Met Gershwin in Hollywood brengt het gezelschap de oude klank terug van evergreens als Strike up te band en ’s Wonderful. ‘Een aanrader waarbij het moeilijk stilzitten is’, schreef Klassieke Zaken al.

Aangenaam Klassiek 2016


The John Wilson Orchestra bedrijft sinds de oprichting in 1994 een bijzondere vorm van historische uitvoeringspraktijk. Het orkest concentreert zich op de fabuleuze filmmusicals uit de jaren dertig, veertig en vijftig van de twintigste eeuw en op memorabele componisten als Cole Porter, het duo Rogers & Hammerstein en natuurlijk de gebroeders Gershwin. Williams gaat er met zijn orkest prat op de originele sound en de originele noten zo dicht mogelijk te benaderen, door minutieuze transcriptie van de beschikbare opnamen uit die tijd. En het moet gezegd, het werkt buitengewoon aanstekelijk en je waant je in een oogwenk in de tijd dat de film nog zwart-wit en de musicalfilm een vanzelfsprekendheid was. Ook op de jongste cd, een liveregistratie van een Royal Albert Hall-concert, getiteld Gershwin in Hollywood is de tover direct aanwezig. Briljant ‘authentieke’ zang van Louise Dearman en Matt Ford en een orkest dat inclusief solisten de sterren van de hemel speelt. En dan wordt duidelijk waarom Strike Up the Band, Oh Lady, Be Good!, The Man I love en ’S Wonderful nog altijd evergreens zijn. Een absolute aanrader, waarbij het moeilijk stilzitten is.

Paul Janssen (3-2016)

COLUMN

Gershwin in Hollywood, Copland naar Parijs

Het is en blijft verbazingwekkend. Twee joodse jongens uit Brooklyn die de Amerikaanse muziek in de twintigste eeuw een nieuw gezicht hebben gegeven. Aaron Kaplan en Jacob Gershowitz hadden elkaars buren kunnen zijn in dit New Yorkse stadsdeel. De immigrantenkinderen Aaron Copland (1900) en George Gershwin (1898) veroverden de hele wereld met hun typisch ‘Amerikaanse’ muziek. Hoe verschillend ook. Gershwin leek het zondagskind van het tweetal. Als tiener maakte hij al furore als behendig pianist en songwriter. Hij kon er al vrij snel een aardige boterham mee verdienen in zo’n typische New Yorkse showbizzmuziekwinkel, zoals die nu niet meer bestaan. Maar echt rijk werd hij er niet van. Dat zou pas later komen toen zijn songs hits werden en hij, samen met broer Ira, musicals voor Broadway ging produceren en in Hollywood belandde.

De grote klapper kwam in 1924 toen hij voor de band van Paul Whiteman de Rhapsody in Blue concipieerde. Een geniale zet, al moest Whitemans vaste arrangeur Ferde Grofé er aan te pas komen om dit stukje ‘symfonische jazz’ speelklaar te maken. Maar een voltreffer was het. Bij Gershwin zelf riep het succes gemengde gevoelens op. Hij wist maar al te goed dat, als het op instrumenteren aankwam, hij over weinig vakkennis beschikte. Hij moest alle zeilen bijzetten om die achterstand in te halen. Beproefd medicijn in de States: naar Europa! In Parijs kwam hij in contact met Stravinsky en Milhaud. Zijn ontmoeting met Ravel leverde diens veel geciteerde, liefdevol bedoelde uitspraak op: ‘Wat komt u hier eigenlijk doen? U wilt toch geen tweedehands Ravel worden?’ Hij kon beter een originele Gershwin blijven! Vrij vertaald, uiteraard. Het curieuze is dat zowel Stravinsky, Milhaud als Ravel op hun beurt veel elementen uit de jazz, in combinatie met de swing van de Noord- en Zuid-Amerikaanse amusementsmuziek, hebben gebruikt. Voorbeelden te over.

Maar hoe verging het Copland? Want die wist ook van wanten als het om stevige ritmiek ging. In het jaar dat Gershwin in New York met de Rhapsody doorbrak voltooide Copland in Parijs iets heel anders. Een orgelconcert, speciaal geschreven voor ‘Mademoiselle’. Een ‘Symfonie voor orgel en orkest’. Ondertitel: ‘Dedicated to Nadia Boulanger with admiration - A.C. (1924)’. De grote pedagoge, geliefd bij veel Amerikanen. Omdat die vrij makkelijk een beurs konden krijgen om bij haar te studeren. Tenminste: als ze werden toegelaten.

Ze wilde met dit orgelconcert in 1925 haar debuut maken in New York. Zowel voor Copland als voor haar een belangrijk moment. Het liep echter uit op een catastrofe. Het orgel in de Aeolian Hall was niet bestand tegen het muzikale geweld dat de jonge componist voor haar en voor dit kennelijk gammele instrument in petto had. De uitvoering moest worden onderbroken, doordat het orgel dienst weigerde. Het protesteerde met een fluittoon.

Mademoiselle liet zich echter niet kisten. Ze kwam achter de speeltafel vandaan en wist met enige hulp het euvel te verhelpen. Maar het kwaad was al geschied: er volgden slechte kritieken. Bovendien kreeg Copland de volle laag van dirigent Walter Damrosch, te bizar om niet letterlijk te citeren: “If he can write like that at 23, in 5 years he will be ready to commit murder!” Whow. Maar laat ik de zaak even in perspectief zetten: dat aanvankelijk gedoemde en tegenwoordig nog zelden uitgevoerde orgelconcert verdient meer aandacht.

Gelukkig sprong Damrosch’ collega, Serge Koussevitzky, de legendarische mecenas en chef van het Boston Symphony Orchestra, er meteen bovenop. Ook Copland kreeg een opdracht van hem. Het werd Music for the Theatre. Twee jaar later leidde Koussevitzky de eerste uitvoering van Coplands Pianoconcert, opnieuw een werk waarin de door Damrosch zo verfoeide (dodelijke) elementen uit de jazz nadrukkelijk een plaats hadden gekregen.

Het is tragisch dat de carrières van Gershwin en Copland allerminst parallel zijn verlopen. Op het moment dat Copland steeds meer aan de weg begon te timmeren en hij in 1942 zijn grootste hit schreef (de Fanfare for the Common Man) was het leven van die arme Gershwin al vijf jaar voorbij. Hij overleed op z’n 38ste tijdens een hersenoperatie in een ziekenhuis in Los Angeles. Copland werd 90 maar componeerde na 1970 niet veel meer. De eerste poging van de Gershwins om Hollywood te veroveren werd een mislukking. De gages die ze in 1930 voor Delicious kregen waren weliswaar enorm, maar de film flopte. Waarop George en Ira als de bliksem terugkeerden naar New York. In 1936 was het perspectief beter. Het jaar daarvoor was de opera Porgy and Bess in première gegaan. Een ongekend succes. Vandaar dat George vanuit Hollywood zelfbewust aan zijn impresario telegrafeerde: “Rumours about highbrow music ridiculous – Stop – Am out to write hits”. Shall we dance werd inderdaad een grote hit, mede door het aandeel van Fred Astaire. Nog geen vier maanden na de première in mei 1937 was Gershwin echter ineens dood. De verslagenheid was groot. Door de bezeten inzet van de Engelse dirigent John Wilson, wiens orkest de laatste jaren furore maakt in Londen, worden we op een stimulerende manier opnieuw geconfronteerd met de glorietijd van de Gershwins in Hollywood.

Toeval of niet: op Chandos verscheen tegelijkertijd deel 2 van een serie met alle orkestrale werken van Copland. Waarin ook dat vermaledijde orgelconcert in zijn oorspronkelijke vorm is te vinden. En ja: met wie anders als dirigent? Inderdaad: alweer John Wilson. Die het Gershwinalbum op Warner Classics overigens begint met een verrassende ‘ouverture’. Nee, niet de oorspronkelijke Rhapsody in Blue maar een potpourri van een Hollywoodarrangeur, gebaseerd op thema’s van Gershwin. Dit alles ter meerdere glorie van de in 1945 uitgebrachte film over George: Rhapsody in Blue.

Hans Heg (6-2016)

  • 5. 30 1
  • cover
  • cover

The John Wilson Orchestra records 'Gershwin in Hollywood', Royal Albert Hall:

Op 9 oktober 2016 was deze release "CD van de week" bij de Concertzender Nederland. Luister de uitzending hier terug: http://www.concertzender.nl/player/?mode=rod&prid=354937

Terug naar het overzicht